Hieronder staan de belangrijkste artikelen uit de Werklozenkrant van juni 2007.

Bijdragen voor de Werklozenkrant van juli/augustus 2007 moeten uiterlijk 20 juni 2007 a.s. bij ons binnen zijn.

 

Inhoud
Hoe staat het met het basisinkomen?

Work first schrikt bijstandsvragers af
Heb ik recht op...?
De nieuwe Werkloosheidswet
Het waterverbruik en de criminalisering van de uitkeringsgerechtigde
Nijmeegse zaken
Landelijke zaken
Cursussen
Column

 

Hoe staat het met het basisinkomen?

Het was GroenLinks (met name het PPR-smaldeel) dat eind jaren ’90 het idee van een basisinkomen vertaalde in een politiek voorstel: het voet-inkomen. Dit betrof echter zo’n gering geldbedrag dat al gauw gezegd werd: op één voet kun je niet lopen. Daarna zweeg de Nederlandse politiek over het basisinkomen (afgezien van wat losse flodders van onder meer D’66 en Gerrit Zalm). Pas tien jaar later is er in de maatschappelijke discussies weer sprake van ‘basisinkomen’, maar daarbij wordt meestal iets anders bedoeld. Ging het aanvankelijk om een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedere volwassen burger, nu worden er beperkende voorwaarden gesteld. Zo zegt een gezelschap uit werkgevers- en werknemerskring dat de ontvanger van een basisuitkering beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt en moet “investeren” in zijn of haar employability. En GroenLinks vindt nu zelf dat een (gedeeltelijk) basisinkomen alleen aan werkenden gegeven mag worden. Zo gaat het idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen de mist in. We kunnen pogen de mist te laten optrekken door de term ‘basisinkomen’ te vervangen door een minder beladen term, bij voorbeeld door de term “leefpremie” van Arjen van Witteloostuijn. De mist is echter niet zozeer terminologisch alswel ideologisch van aard, en zal pas optrekken als het basisinkomen niet alleen taalkundig maar ook politiek verduidelijkt wordt.

Ierland en België
In Ierland is in 2002 geprobeerd het basisinkomen politiek te verduidelijken: door een maatschappelijke discussie via een ‘green paper’ (een rapport met regeringsvoorstellen dat gepubliceerd wordt ter stimulering van discussie). Maar uiteindelijk durfde de Ierse politiek het toch niet aan om het van alle kanten bediscussieerde voorstel – een basisinkomen met een vlaktaks van 42% - ter besluitvorming voor te leggen aan het parlement. Hoewel de Ierse discussie nauwelijks tegenargumenten tegen het basisinkomen had opgeleverd, was men toch erg beducht voor onvoorzienbare gevolgen.

Zulke gevolgen zullen er vast wel zijn, maar – denk ik dan – ook het afzien van een basisinkomen heeft onvoorzienbare gevolgen. En bovendien: je bent er zelf bij en je kunt dus passende maatregelen nemen al naar gelang het onvoorzienbare zich voordoet.

In België is een nieuwe politieke partij opgericht om het basisinkomen in te voeren: Vivant. Terwijl in Nederland de discussie stilviel werd het basisinkomen in België politiek bediscussieerd. Het Belgische commitment is naar Nederlandse maatstaven benijdenswaardig hoog, maar toch werd het basisinkomen ook in België tot nu toe geen politiek succes. Wat positief opvalt is dat in België de wetenschappelijke belangstelling voor het basisinkomen groter is dan in Nederland en dat er een soort natuurlijk experiment gaande is: de loterij ‘Win for life’. De winnaars krijgen een leven lang basisinkomen, wat wetenschappers de kans geeft om effecten van een basisinkomen op de levensloop empirisch te onderzoeken. Eén effect is de onderzoekers nu al duidelijk: basisinkomen maakt de mens niet lui.
Buiten Ierland en België was er in ontwikkelde landen weinig politieke discussie over het basisinkomen, in weerwil van af en toe een welkome bijdrage aan het maatschappelijke debat door een eigenzinnige wetenschapper (zoals de socioloog Ulrich Beck die basisinkomen verbond met het concept ‘risicosamenleving’).

Stom Nederland
In ons eigen land was het dus lang stil. Deels omdat de euvele gedachte aan arbeidsloos inkomen indruist tegen onze calvinistische inborst, en deels omdat de geregistreerde werkloosheid hier in vergelijking met andere landen erg laag was. Door de banengroei in de jaren ’90 konden meer mensen een arbeidsinkomen verwerven - veel vrouwen ruilden het aanrecht in tegen betaald werk buitenshuis. In die situatie leek de terugkeer van volledige werkgelegenheid aanstaande en de komst van het basisinkomen een utopie. In de eerste vijf jaar na 2000 was er echter geen banengroei maar banenkrimp. Tegen die achtergrond verbaast het niet dat de term basisinkomen weer opduikt. Het echte onvoorwaardelijke basisinkomen komt onverwacht weer aan de orde als het Centraal Planbureau begin 2006 “Reinventing the Welfare State” publiceert. Maar het politieke tij keert dan niet ten gunste van het basisinkomen. De variant van basisinkomen die het CPB doorrekende was wel een zuivere, maar ook een onrealistische. Men wist daar niet dat binnen de Vereniging Basisinkomen intussen meer realistische varianten in opmars waren (waarover straks meer). De CPB-exercitie met basisinkomen had geen impact op de politiek. Het basisinkomen werd als volslagen onrealistisch weggezet. Nederland verkeerde bovendien in hoogconjunctuur: door de aantrekkende werkgelegenheid leek volledige werkgelegenheid binnen handbereik. Deze waan is terug te lezen in de partijprogramma’s voor de Tweede Kamer verkiezingen 2006.

Het kan nog even duren alvorens de waan van de dag wegebt en het besef doordringt dat niet het basisinkomen maar de volledige werkgelegenheid een utopie is. Zodra de hoogconjunctuur voorbij is, kan pijnlijk duidelijk worden dat het in Nederland gekozen beleidsalternatief - vermenging van sociale zekerheid met arbeidsplicht – geen werkgelegenheid maar verlegenheid creëert.

Verlegenheid
Wat moeten we met het feit dat de Nationale Ombudsman op het gebied van de sociale zekerheid zoveel klachten van burgers noteert én honoreert (meer dan op enig ander gebied)? Wat moet de baanloze burger met een beschikbaarheidseis als de beschikbare banen er niet zijn? Nederland kent ruim 7 miljoen banen. Dus 3 miljoen te weinig voor de ruim 10 miljoen arbeidsgeschikten in de leeftijd 16-65 jaar. Wat moet de werkgever met een overvloed van plichtmatige sollicitanten? Hoe moeten burgers echt met elkaar samen leven als de werkende meerderheid de minderheid niet accepteert zoals ze is (baanloos) maar wil dwingen om deel te nemen aan betaald werk (dat er niet is)?

Met een basisinkomen kan Nederland zoveel beter. Dan kunnen werkende en baanloze burgers zonder verlegenheid met elkaar in gesprek gaan, is er meer oog voor de vraag op welke manieren ieder zijn tijd besteedt en hoe zinvol die manieren zijn – los van de vraag of de tijdsbesteding loon oplevert. Dan kan de stigmatiserende tweedeling tussen werkenden en baanlozen verdwijnen.

(Met dank aan de Vereniging Basisinkomen.)


Work first schrikt bijstandsvragers af

Gemeenten weten met zogeheten work first-projecten mensen succesvol af te schrikken om een bijstandsuitkering aan te vragen. Ook worden zo meer mensen die wel in de bijstand terechtkomen, aan een baan geholpen.

Gemiddeld haakt een derde van de aanvragers af als de gemeente zegt dat ze direct een traject ingaan om aan de slag te komen en desnoods moeten werken voor hun uitkering. Dat blijkt uit een donderdag gepresenteerd onderzoek van de vereniging van directeuren van sociale diensten (Divosa) naar het effect de nieuwe aanpak van gemeenten.

Uitstroom
De gemiddelde uitstroom naar werk bij mensen die deelnemen aan een work first-traject, bedraagt 45 procent. Dat is ruim anderhalf maal zo hoog als de ‘normale’ uitstroom uit de Wet werk en bijstand. Uit een rapportage over de Wet werk en bijstand bleken WWB'ers juist moeilijker aan werk te komen. Inmiddels hanteren ruim acht op tien gemeenten de work first-benadering.
Kortste weg naar werk
Ondanks het succes roept de opkomst van de aanpak bij Divosa-voorzitter Tof Thissen ook 'twijfelachtige gevoelens' op. Het is volgens hem goed om vanaf dag één dat iemand zich meldt aan het loket van de sociale dienst, hem te helpen aan een baan. Maar hij stelt dat vaak wordt gezocht naar de 'kortste weg' naar werk.

Draaideurklanten
Veel mensen komen volgens Thissen zo terecht in tijdelijke, onzekere en laagbetaalde banen met weinig perspectief. Dat brengt het gevaar van 'draaideurklanten' met zich mee: cycli van werk worden afgewisseld met periodes van WW-uitkering en bijstand. Hij waarschuwt voor 'werkenden armen'.

Illegale circuit
Volgens Thissen verdwijnen bovendien kwetsbare mensen uit het gezichtsveld van de sociale dienst. Hij maakt zich zorgen over de 33 procent die afziet van een aanvraag voor bijstand. Een deel gaat aan het werk, maar ze kunnen ook het illegale circuit induiken, een leven onder de armoedegrens accepteren of op familie en vrienden terugvallen.

Invoering Bijstandswet
Sinds de invoering van de nieuwe Bijstandswet in 2004 zijn gemeenten financieel verantwoordelijk voor de uitkeringen. Daardoor worden ze geprikkeld het aantal bijstandsgerechtigden zo laag mogelijk te houden. Het aantal mensen in de bijstand daalde van 336.000 eind 2003 tot 302.00 eind vorig jaar. Dat is het laagste aantal in 25 jaar.

Organisatie work-firstprojecten
Opvallend is dat gemeenten met een tekort op hun bijstandsbudget de work first-projecten strakker organiseren. Daar schrikt de aanpak gemiddeld 8 procent meer mensen af. Ook bedraagt de uitstroom in de bijstand bij gemeenten met een tekort 57 procent, tegen 42 procent in plaatsen met een overschot.

In gesprek
Voorzitter Jan van Zijl van de Raad voor Werk en Inkomen deelt de zorgen van Thissen. 'De inzet van work first is overwegend positief, maar we moeten wel meer weten over de mensen die afhaken.'

Behoud uitkering
Ook wil Van Zijl met Divosa praten over werken met behoud van uitkering. 'Work first moet een opstap zijn naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt en geen parkeerplaats worden van gesubsidieerde arbeid.'


Heb ik recht op…?

Van uitkering naar eigen onderneming
Denk je er wel eens over om een eigen bedrijf te starten? Mensen met een Wwb- of Ioaw-uitkering kunnen één jaar lang -onder bepaalde voorwaarden- hulp krijgen bij de voorbereiding van die stap. Gedurende dat jaar bent je ook vrijgesteld van de arbeidsplicht en hoeft je niet te solliciteren. Je kunt je dan helemaal op de start voorbereiden. Zo wordt de kans dat je bedrijf slaagt, groter.

Begeleiding
• Tijdens de voorbereidingsperiode ben je vrijgesteld van de arbeidsplicht en hoef je niet te solliciteren. Daardoor is er tijd om noodzakelijke cursussen te volgen, marktonderzoek te doen en om een ondernemingsplan te schrijven.
• Je krijgt begeleiding van een organisatie, die ervaring heeft met het adviseren en begeleiden van startende ondernemers. De kosten hiervan kunnen worden vergoed.
• Soms is het nodig om in de voorbereidingsperiode bepaalde investeringen te doen. Hiervoor kun je, na onderzoek, een renteloos voorbereidingskrediet krijgen. De hoogte hiervan is aan een maximum verbonden. Bij de start van het bedrijf wordt het bedrag rentedragend. Wordt het bedrijf uiteindelijk toch niet gestart dan hoef je dit bedrag niet terug te betalen, behalve als er sprake is van verwijtbaarheid.
Aanmelden
Als je geïnteresseerd bent, kunt je dit met je klantmanager bespreken. Je klantmanager beoordeelt wat de beste optie is: doorzoeken naar een baan of het starten van een eigen bedrijf. Als dat laatste het geval is, meldt je klantmanager je aan bij bureau Zelfstandigen.

Vervolgens wordt je uitgenodigd voor een gesprek met een consulent Zelfstandigen. Tijdens dit gesprek kun je je plannen toelichten. Van te voren wordt je gevraagd om je motivatie en plannen op papier te zetten en om die toe te sturen. De consulent beoordeelt of je daadwerkelijk in aanmerking komt voor een traject en op welke specifieke terreinen je begeleiding en ondersteuning nodig hebt. Tot slot bekijkt deze welke externe organisatie je gaat begeleiden.
Deze organisatie nodigt je uit voor een kennismakingsgesprek om te bepalen of ze je kunnen begeleiden. Ze brengt een advies en offerte uit aan bureau Zelfstandigen.
Ook maakt deze organisatie samen met jou een trajectplan, waarin staat wat je allemaal gaat doen. Dit plan wordt ook naar de gemeente gestuurd.

Wat wordt van je verwacht?
• Je moet goed gemotiveerd zijn. Je moet volledig meewerken aan de voorstellen van de begeleidingsorganisatie en de consulent Zelfstandigen.
• Je moet kritisch zijn ten opzichte van jezelf en de organisatie die de opdracht tot begeleiding heeft gekregen. Wanneer je niet tevreden bent over de begeleiding, neem je zelf het initiatief door contact op te nemen met de consulent Zelfstandigen en de begeleidingsorganisatie.

Duur van het traject
• Gedurende het voorbereidingstraject van maximaal 12 maanden rapporteert de begeleidende organisatie elke 3 maanden over de voortgang van het traject aan de gemeente. De toetsing vindt plaats aan de hand van het trajectplan. Op basis van de
voortgangsrapportages wordt steeds besloten of het traject verder gaat.
• Het traject duurt zolang als nodig is, met een maximum van 12 maanden. Na 9 maanden moet een onderbouwd ondernemingsplan klaar zijn. En dan wordt ook de aanvraag
Bbz officieel ingediend. De consulent Zelfstandigen beoordeelt het plan.
• Bbz staat voor Besluit bijstandverlening zelfstandigen. Onder voorwaarden kun je financiële ondersteuning krijgen van bureau Zelfstandigen als je start met je eigen bedrijf. Dit kan in de vorm van tijdelijke inkomensondersteuning en/of in de vorm van een rentedragende lening. Het besluit hierover wordt ook binnen 12 maanden na de start van je traject genomen.


De nieuwe werkloosheidswet

Compri advocaten

Op 1 oktober 2006 is de nieuwe werkloosheidswet (hierna: WW) ingetreden. Deze nieuwe wet kent een aantal veranderingen die van invloed kunnen zijn op werknemers die te maken hebben met ontslag. Een van de wijzigingen is bijvoorbeeld de versoepeling van het ontslagrecht.

Wat is er sinds 1 oktober veranderd?
Allereerst is de hoogte van de WW-uitkering veranderd. Deze hoogte bedraagt nu 75 procent van het loon in de eerste twee maanden, daarna daalt dit percentage naar 70 procent. De hoogte van het loon waarover de uitkering wordt berekend blijft aan een maximum gebonden: het zogenaamde maximumloon.

Ook de duur van de uitkering is aangepast. Nu is de maximale duur van een WW-uitkering drie jaar en twee maanden, terwijl dit in het verleden nog vijf jaar was. Het kabinet hoopt op deze manier meer werkgelegenheid creëren. Voor oudere werknemers die na afloop van de WW nog steeds werkloos zijn, volgt een speciale uitkering op grond van de Inkomensvoorziening Oudere Werknemers (IOW). De hoogte van deze uitkering ligt op bijstandsniveau. Degenen die na hun 50-ste werkloos worden, hoeven niet eerst hun vermogen aan te spreken om voor de uitkering in aanmerking te komen. Als de eerste werkloosheidsdag na de 60-ste verjaardag valt, wordt ook niet gekeken naar het inkomen van de partner.

Om überhaupt voor een uitkering in aanmerking te komen, moet wel worden voldaan aan de zogeheten ‘wekeneis’. Dit houdt in dat een werknemer minstens 26 weken van de laatste 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag gewerkt dient te hebben om aanspraak te kunnen maken op een WW-uitkering. Iemand die wel aan de wekeneis voldoet, maar niet in minimaal vier van de laatste vijf jaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen (de zogeheten ‘vier-uit-vijf-eis’), krijgt nu gedurende 3 maanden een uitkering. Ook deze uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75 procent van het laatste loon en de derde maand 70 procent van het laatstverdiende loon.

In de huidige WW is voor zowel jongere als oudere werknemers het accent meer komen te liggen op hulp bij het vinden van een andere baan. Het kabinet beoogt hiermee werkloosheid zoveel mogelijk te voorkomen. Indien een geval van werkloosheid zich ondanks inzet van reïntegratiemiddelen toch voordoet, dan wordt na drie maanden van werkloosheid intensiever getoetst of de werkloze zich wel voldoende heeft ingespannen om een nieuwe baan te vinden.

Versoepeling ontslagrecht
Een andere belangrijke wijziging in de nieuwe WW betreft de versoepeling van het ontslagrecht. Deze verandering kan ingrijpende gevolgen voor zowel werknemers als werkgevers hebben. Hoewel door een soepeler ontslagrecht een werknemer minder zeker is van zijn baan, zal een werkgever eerder geneigd zijn iemand aan te nemen wanneer hij weet dat hij deze persoon ook weer gemakkelijker kan ontslaan. Een versoepeling van het ontslagrecht leidt tot meer werkgelegenheid, zo blijkt uit ervaringen in de Verenigde Staten en Denemarken. De VS versoepelde begin jaren negentig het ontslagrecht Denemarken schafte de ontslagbescherming zelfs af. Dit leidde in beide gevallen tot een forse daling van de werkloosheid. Met de versoepeling van het ontslagrecht hoopt het Nederlandse kabinet de administratieve lasten voor werkgevers te verminderen en de werkgelegenheid te bevorderen.

Overigens is deze wijziging in de WW niet van invloed op de feitelijke procedure van het ontslagrecht. In Nederland prevaleert nog altijd het dubbel ontslagstelsel. Een werkgever kan om een ontslagprocedure aandringen bij het centrum voor werk en inkomen (kortweg: CWI). Wanneer een werknemer het niet eens is met zijn ontslag, heeft hij de mogelijkheid naar de Kantonrechter te stappen.

Ontslagprocedure CWI
De procedure bij het CWI verloopt geheel schriftelijk. Zij begint met de indiening van een ontslagaanvraag door de werkgever. Deze aanvraag moet worden ingediend bij de afdeling juridische zaken van het CWI binnen het werkgebied waar de werknemer werkzaam is (of was). De werknemer heeft vervolgens twee weken de tijd hierop schriftelijk te reageren. Bij een tweede ronde mogen beide partijen nogmaals schriftelijk reageren. Als het ontslagdossier compleet is wordt het door het CWI voorgelegd aan een speciale ontslagadviescommissie. Deze commissie adviseert het CWI om het ontslag goed te keuren of af te wijzen. Indien de ontslagaanvraag wordt afgewezen, blijft de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever in stand. Wanneer een werkgever wel toestemming krijgt voor ontslag, dan moet hij de arbeidsovereenkomst alsnog opzeggen. Er moet wel minimaal 1 maand opzegtermijn overblijven. Tegen de beslissing van het CWI staat geen hoger beroep open.
Een belangrijk verschil met een beschikking van de kantonrechter is dat het CWI niet bevoegd is een uitspraak te doen over een mogelijke ontslagvergoeding. Daarvoor heeft een werknemer de mogelijkheid een aparte procedure te starten bij de kantonrechter.

Wanneer een werknemer is ontslagen hoeft hij niet langer een pro-forma procedure te voeren. Door middel van een dergelijke procedure kon een werknemer bezwaar maken tegen zijn ontslag om zo zijn WW-uitkering veilig te stellen. Om dergelijke procedures terug te dringen is de verwijtbaarheidtoets in de nieuwe WW beperkt. Het vervallen van pro-forma procedures scheelt burgers en bedrijven naar schatting 100 miljoen euro aan administratieve lasten en ontslagkosten. Ook worden kantonrechters minder belast en hebben het UWV en het CWI lagere uitvoeringskosten.

Verwijtbaar werkloos?
Een ontslagen werknemer kan onder voorwaarden een WW-uitkering aanvragen. Een van de belangrijkste eisen is de verwijtbaarheidtoets: een werknemer mag het ontslag niet aan zichzelf te danken hebben. Voor de wetswijziging kon een werknemer geen beroep doen op een WW-uitkering indien zijn ontslag als verwijtbaar werd aangemerkt doordat bijvoorbeeld ernstig verwijtbaar gedrag was aangetoond (diefstal, geweld, werkweigering etc.), doordat de werknemer zelf ontslag had genomen terwijl continuïteit van zijn baan nog altijd een optie was of doordat de werknemer zich niet voldoende verweerde tegen het ontslag, wanneer een dergelijk verweer grote kans van slagen zou hebben. Om onnodige pro-forma procedures te voorkomen is daarom het bereik van de verwijtbaarheidtoets beperkt. Dat houdt kort gezegd in dat wanneer een werknemer met zijn ontslag instemt of het nalaat zich tegen zijn ontslag te verweren, dit op zichzelf geen grond kan zijn voor het aannemen van verwijtbare werkloosheid.

Collectief ontslag
Bij ontslag om bedrijfseconomische reden is sinds 1 maart het zogenaamde afspiegelingsbeginsel van toepassing. Ontslagen worden meer gespreid over werknemers in verschillende leeftijdscategorieën waardoor niet langer de laatst binnengekomen werknemers als eerste voor ontslag moet opdraaien. Dat is gunstig voor nieuwe toetreders tot de arbeidsmarkt, zoals jongeren en heringetreden vrouwen.

Doelstellingen
Door de invoering van bovengenoemde wijzigingen in de werkloosheidswet hoopt het kabinet dat de WW inzichtelijker wordt voor werkgevers en werknemers. Daarnaast is de belangrijkste doelstelling van deze wijzigingen om de werkloosheid terug te dringen. Deze nieuwe wet is er daarom meer op gericht werkloosheid te voorkomen en uitstroom uit de WW naar betaalde arbeid te bevorderen.
Verder is de ontslagprocedure versoepeld. Dat moet ertoe leiden dat werkgevers makkelijker mensen aannemen waardoor de werkgelegenheid wordt bevordert. Als tussen partijen overeenstemming bestaat over de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, dienen de WW en het ontslagrecht daarvoor geen onnodige belemmeringen op te werpen.
Het is echter nog te bezien of de doorgevoerde wijzigingen daadwerkelijk tot de gewenste doelstellingen zullen leiden.

Heeft u over dit onderwerp vragen, dan kunt u zich wenden tot Compri Advocaten te Nijmegen.


Het waterverbruik en de criminalisering van de uitkeringsgerechtigde

R. Akker

Zoals al eerder in een geplaatst stukje van mijn hand over het waterverbruik werd vermeld, dient U als alleenstaande ongeveer 11 kubieke meter water per jaar te verbruiken.
In dit stukje stond ook dat de gemeente Nijmegen in het verre verleden, toen aan alle minima een “Nijmegen Pas” verstrekt werd, tevens water en milieu-besparingen wilde stimuleren.
Bij deze “Nijmegen Pas” werden een aantal ringetjes geleverd die op iedere kraan in Uw woning gemonteerd dienden te worden. Daarmee was U in dan in een klap een milieu-bewuste medeburger geworden. De werking was gelijk aan die van een waterbesparende douchekop.

Dat U daardoor onder 11 kuub norm zou komen kon niemand bevroeden, want in het kader van de fraude bestrijding van sociale uitkeringen moesten de themacontroles nog worden uitgevonden. Deze controles bestaan uit het koppelen van gegevens over waterverbruik, energieverbruik of autobezit aan het bestand van uitkeringsgerechtigden.
Met 1 druk op de knop van de computer en men heeft alle fraudeurs te pakken.

Maar wat betekent het eigenlijk, 11kuub? Wat moet U daarvoor doen?
Daarvoor snuffel ik voor U op het internet en kom volgende uit het MileuCompendium tegen.

(Bron: http://www.mnp.nl/mnc/i-nl-0037.html en http://www.vitens.nl/FAQ/Veel+gestelde+vragen/Waterverbruik/Hoeveel+water+verbruiken+we+gemiddeld.htm)

Als we deze gegevens nader bestuderen, dan heeft U een afwasmachine, neemt U iedere dag een douche, spoelt U 4x per dag de wc door, wast U tussendoor even Uw gezicht aan de wastafel terwijl daar een handwasje in de week ligt, ondertussen snort de wasmachine voor de normale was, en staat er een hand-afwas in een sopje.
Om het gezellig te houden voor Uzelf drinkt U 6 tot 7 koppen koffie met 4 glazen water erbij. Dit doet U ieder dag om de gestelde norm van 125 liter per dag per persoon te halen.
(Bron: Vitens)
Bent U een enkele dag niet of weinig aanwezig, dan zult U met dubbele energie Uw verbruik omhoog moeten schroeven om niet als “fraudeur” gekenmerkt te worden.

Kijken we nog even naar de onderzoeksmethode, dan blijkt dat 2000 Nederlanders bij het onderzoek betrokken waren. Deze groep kan nauwelijks representatief voor de Nederlandse bevolking genoemd worden, waardoor de fraude bestrijding van sociale uitkeringen zich baseert op een uit de lucht gegrepen norm.

En dan komt nog de tegenstrijdigheid van het gemeentelijk beleid om de hoek. Aan de ene kant wil men een milieu-bewuste medeburger, alleen.... bent U aangewezen op een uitkering, dan wordt U een frauduleuze medeburger.

Nu de menselijke kant van het verhaal:
Waarschijnlijk kunt U alleen maar dromen van een afwasmachine, bent U als alleenstaande uitkeringsgerechtigde uitgekeken op alleen thuis zitten en gaat U de deur uit. Ook bent U erachter gekomen dat besparingen op water en energieverbruik een noodzaak zijn om de eindjes aan elkaar geknoopt te houden.

Het is echter wrang om te moeten constateren dat U voor de Nederlandse Wet als “fraudeur en/of verdachte van fraude” wordt bestempeld. U zult zich moeten komen verantwoorden bij de Sociale Recherche voor Uw lage verbruik. Ook een hoger verbruik kent dezelfde procedure.
Nog wranger is de constatering dat de Nederlandse Rechtspraak zich laat leiden door uit de lucht gegrepen niet representatieve normen.

Kunt U hier dan niets tegen doen? Is het zo dat iedere uitkeringsgerechtigde een “fraudeur” is?
Het antwoord is te vinden in de Wet Werk en Bijstand (Art.17-1) waarin staat:
“De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand.”

Dus...
U vraagt een gesprek aan met Uw klant-manager bij DWI. Meldt dat U niet aan de bestaande normen kunt voldoen. Zorg dat U een schriftelijke weergave krijgt van het gesprek, daarmee bent U er ook zeker van dat het in Uw dossier opgenomen is.
Een aangetekende brief schrijven kan ook. Bij Unitas kunt U alle hulp krijgen bij het schrijven van zo'n brief.

Tenslotte
Dit artikel heeft niet als doel fraude te vergoelijken.
Landsbestuurders, effectenhandelaren, bestuursvoorzitters, aannemers of uitkeringsgerechtigden dienen op dit punt gelijkelijk behandeld te worden.
Alleen is de laatste groep niet in staat om een kwalitatief goede juridische verdediging te bekostigen. Hierin sta ik gelijkheid voor iedereen voor.
Te vaak is de uitkeringsgerechtigde al veroordeeld omdat hij/zij een aanspraak op een uitkering doet.


Nijmeegse Zaken

Minima en beleid
Het minimabeleid geeft aan wie recht hebben op bijzondere bijstand. Denk bijvoorbeeld aan geld voor een koelkast of een vergoeding voor extra tandartskosten. Op 11 mei hield de gemeente Nijmegen een bijeenkomst voor mensen die met een minimumuitkering moeten zien rond te komen. Daarin stonden praktijkervaringen centraal. Wat gaat goed en wat kan beter? Over het algemeen was men het er mee eens dat men niet goed op de hoogte is van de verschillende regelingen voor de minima, maar ook dat de regelgeving ook wel heel erg ingewikkeld is. Zo werd opgemerkt dat veel gemeentelijke afdelingen van elkaar niet weten wat ze doen; zodoende worden klanten toch nog van het kastje naar de muur gestuurd en...”aan het einde van de zoektocht heb je nog niet waarvoor je bent gekomen!”. Door de bezoekers van de discussiebijeenkomst werd dan ook voorgesteld één centraal punt in te richten, waar je terecht kunt om te informeren bij welke organisatie/loket je moet zijn voor je vragen.
Ook had men angst om in beroep te gaan tegen een negatieve beslissing van een ambtenaar van de sociale dienst vanwege mogelijke represailles van de betreffende ambtenaar. Voor de aanwezigen maakte het veel uit wie je klantmanager is bij de sociale dienst; de een is vriendelijk en behulpzaam, terwijl er ook nogal wat rondlopen die geen enkel inlevingsvermogen hebben en “hun best doen je ergens op te pakken”. Voor de gemeente zaak om daaraan te werken!

GroenLinks wil alleenstaande ouders helpen
GroenLinks wil dat Nijmegen de kans grijpt om zich als proefgemeente aan te melden om alleenstaande ouders met een deeltijdbaan volledig uit de uitkering te helpen. Het Rijk biedt sinds maart aan gemeenten die mogelijkheid om te experimenteren. Via een fiscale korting die als subsidie wordt uitgekeerd, kan de doelgroep in hun inkomen ondersteund worden.In Nijmegen zijn 4655 eenoudergezinnen. Het combineren van werk en zorgtaken is voor hen vaak erg moeilijk, zeker als ze een uitkering hebben. Om uit de uitkering te komen moet men ongeveer 31 uur per week werken, de zorgtaken komen dan in het gedrang, aldus GroenLinks. Het College van B&W is opgeroepen hier werk van te maken.

Huisbezoeken in kleuren
Iedereen die in Nijmegen een uitkering aanvraagt kan sinds kort rekenen op een huisbezoek van de Sociale Dienst. Mensen die al in de bijstand zitten krijgen een verscherpte controle. Met dit strengere beleid wil de gemeente het aantal bijstandsontvangers nog verder terugdringen. Er wordt onderscheid gemaakt in een groen, een oranje en een rood traject.
Bij aanvraag van een uitkering wordt een licht (groen) traject gehanteerd; er komt een, bij de intake aangekondigd huisbezoek, waarin de nadruk komt te liggen op het snel beoordelen van de woon-/leefsituatie. Het huisbezoek blijft beperkt tot de woonkamer en er wordt niet gevraagd om kasten te openen, tenzij er concrete signalen zijn tijdens het huisbezoek.
Bij een signaal van fraude is een zwaarder (oranje) traject aan de orde. Er kan een onaangekondigd huisbezoek door fraudepreventiemedewerkers plus eventueel klantmanagers plaatsvinden als er gegronde reden is tot twijfel aan de juistheid/volledigheid van verstrekte inlichtingen. Er is nog geen sprake van “verdachte” in de zin van de wet. Er kan sprake zijn van buurtonderzoek en er kan gevraagd worden om kasten te openen en administratie in te laten zien.
Bij een ernstig vermoeden van fraude is het rode traject aan de orde. Hierbij gaat het om een strafrechterlijk traject; doel is het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. Sociale rechercheurs hebben het recht op huiszoekingen ofwel doorzoeken van woningen. Hierbij gaat het bij een ernstig vermoeden van fraude van meer dan 6000 euro.
Een blauw traject is aan de orde bij aanvragen om bijzondere bijstand. Dit doet zich voornamelijk voor bij aanvragen voor bijzondere bijstand voor verhuis-en inrichtingskosten en duurzame gebruiksgoederen. Via aangekondigd huisbezoek controleert de klantmanager of de aanvraag inderdaad noodzakelijk is. Bij aanvragen van minder dan 20 % van de bijstandsnorm wordt in de regel geen huisbezoek afgelegd.

Eind mei neemt de gemeenteraad een definitieve beslissing over de uitvoering van de huisbezoeken.


Landelijke zaken

Drie keer zo veel bijstand in aandachtswijken
Inwoners van zeer sterk stedelijke buurten hebben relatief vaak een bijstandsuitkering. In de recent genoemde aandachtswijken komt deze uitkering zelfs drie keer zo vaak voor als gemiddeld in Nederland.

Het aantal uitkeringen is ongelijk verdeeld over stad en platteland. In zeer sterk stedelijke buurten is het aandeel uitkeringsontvangers anderhalf maal zo groot (18%) als in de buitengebieden (13%). Het verschil wordt gemaakt door het aantal bijstandsuitkeringen. Het relatieve aantal bijstandsuitkeringen loopt op van vijftien per 1.000 huishoudens in de niet- stedelijke buurten tot meer dan 70 per 1.000 huishoudens in de zeer sterk stedelijke buurten. Het aantal uitkeringen voor de arbeidsongeschiktheid en werkloosheid is vrijwel gelijk over de buurten verdeeld.

Dit beeld is ook te zien in de aandachtswijken die recentelijk genoemd zijn door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en milieubeheer. Deze wijken zijn vrijwel allemaal sterk tot zeer sterk stedelijk. Het is geen uitzondering als meer dan een op de tien huishoudens een bijstandsuitkering heeft. Gemiddeld is in Nederland een op de twintig huishoudens afhankelijk van een bijstandsuitkering. In de aandachtswijken is dit aandeel gemiddeld drie keer zo hoog.

Alleenstaande ouders straks met kleine bijstand
De Eerste kamer heeft ingestemd met de Wet ondersteuning van alleenstaande ouders bij arbeid en zorg (Vazalo). Deze wet geeft alleenstaande ouders met jonge kinderen (veelal vrouwen) het recht op een toeslag als zij in deeltijd werken. Zo wordt het voor hen mogelijk om al met een kleine deeltijdbaan uit de bijstand te komen.

Het gaat om alleenstaande ouders die vallen onder Wet Werk en Bijstand (WWB), en die moeilijk aan de slag komen omdat het combineren van een volledige baan en de zorg voor hun kind(eren) hun te zwaar valt. De wet is ontworpen door voormalig PvdA-kamerlid Noorman-Den Uyl op verzoek van en in nauw overleg met de FNV Vrouwenbond en het – inmiddels opgeheven – Landelijk Steunpunt Vrouwen en de Bijstand. Voordat de wet ingaat, zal eerst dit jaar een experiment plaatsvinden in onder anderen de gemeenten Den Haag, Utrecht, Apeldoorn en Dordrecht. Pas als de uitkomsten van het experiment bekend zijn vindt besluitvorming plaats over invoering van de wet. De wet zou dan per 1 januari 2009 in werking kunnen treden. FNV Vrouwenbond verwacht dat een derde van de alleenstaande moeders door de wet uit de bijstand komt. Straatssecretaris Aboutaleb ging op verzoek van de Eerste Kamer nog in op de relatie tussen de wet en de bepalingen in het regeerakkoord over het vervallen van de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders met jonge kinderen. Aboutaleb wees erop dat tegenover het vervallen van de sollicitatieplicht, het invoeren van de plicht staat om zich te laten scholen. ‘In feite is het een verzwaring voor alleenstaanden met kinderen. Maar ik ben er voor, want het vergroot hun kansen op de arbeidsmarkt als de kinderen groter zijn’, aldus de staatssecretaris.

Regels voor werk door jongeren eenvoudiger
Jongeren van dertien en viertien jaar mogen voortaan op zaterdag zeven uur werken, net als op vakantiedagen. Het maximum op zaterdag was zes uur. Verder mogen die jongeren in een schoolweek, net als vijftienjarigen, voortaan om zeven uur ’s ochtends met werk beginnen, in plaats van om acht uur.

Met (onder meer) deze wijzigingen, die zijn gepubliceerd in de Staatscourant, maakt minister Donner (SZW) de regels voor werk door jongeren eenvoudiger. Dit houdt verband met een eerdere evaluatie van de regels voor werk door jongeren en de vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet die op 1 april 2007 is ingegaan. Behalve wijzigingen in de algemene regels voor werk door jongeren, past de minister ook specifieke regels aan voor kinderen die artistiek werk doen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om acteren in films of optredens op podia. Zo mogen kinderen tot en met veertien jaar vaker optreden. Jongeren van dertien en veertien jaar mogen bijvoorbeeld (buiten de vakantie) voortaan vierentwintig keer per jaar optreden in plaats van vijftien keer. Voor de groep van zeven tot en met twaalf jaar blijft het toegestane aantal optredens per jaar twaalf, maar er komt een uitzonderingssituatie: bij serieproducties mogen ze voortaan maximaal vierentwintig keer per jaar optreden. Met de aanpassingen sluiten de regels beter aan op de praktijk (opname- en uitvoeringsschema’s) en op de regels in omliggende landen.


Cursussen bij Unitas

Het cursusseizoen is bijna afgelopen. Unitas is al bezig met het samenstellen van een nieuw cursusprogramma voor het najaar. We hebben een aantal nieuwe cursussen, zoals een cursus “Zingen bij Unitas” en “Denkende dichters en Dichtende denkers”. “Webpagina’s maken” (HTML) is weer terug van weg geweest en ook “Creatief schrijven” mogen we weer verwelkomen.

Het nieuwe cursusboekje komt uit voor de zomervakantie en zal te vinden zijn in wijkcentra, café’s, organisaties, Sociale Dienst en bibliotheken. Ook is het mogelijk om het cursusprogramma op onze website in te zien: www.unitasnijmegen.nl.

Belangrijke data
Het is mogelijk je in te schrijven voor één of meerdere cursussen tot en met 3 september a.s. Op maandag 3 september van 11.00 tot 13.00 uur is de Infomarkt. Er is dan de gelegenheid om kennis te maken met cursusbegeleiders of informatie over cursussen te krijgen. Ook kun je dan verschillende proeflessen volgen (zie cursusboekje).
Omdat zich vaak meer mensen inschrijven dan dat er plaatsen zijn, wordt er geloot. Op maandag 10 september van 11.00 tot 13.00 uur is de uitslag van de loting en de na-inschrijving.
Voor meer informatie over de cursussen: 024 – 3232480.

De cursusbegeleider en zijn cursus
Voor deze, nog kersverse, rubriek is Michel Haanstra als tweede aan de beurt om iets over zijn computercursussen te vertellen.

Michel Haanstra over zijn computercursussen
Michel is de enige cursusbegeleider die zoveel cursussen (en eenmalige activiteiten) geeft. Te weten: ‘Word 1 en 2’, ‘Internet en e-mail’, de 2-malige activiteit ‘USB op je PC’, de eenmalige activiteit ‘Een eerste kennismaking met de computer’, het wekelijkse ‘Digitale trapveldje’ en computerles voor vrouwen van het Internationaal Vrouwencentrum (IVC) (dit vanuit een samenwerkingsverband).
Elke cursus van Michel, begint met het zich aan elkaar voorstellen en met het aangeven van de huisreglementen van het Wijkcentrum en van Unitas.
Michel typeert zijn lessen als laagdrempelig. Dit probeert hij te bereiken door middel van een makkelijke uitleg.
De cursisten maken tijdens elke les van harte gebruik van de mogelijkheid die er is voor het stellen van vragen. Als cursisten in niveau van elkaar verschillen, geeft Michel de meer gevorderden extra opdrachten, of laat hij ze verder werken in het cursusboek. Over het algemeen worden de computercursussen door de cursisten als zeer nuttig beschouwd. Terwijl de cursisten aan het begin van de cursus vaak aangeven dat ze ‘het niet kunnen’, geeft Michel zijn cursisten de garantie, dat ze de basis van de betreffende cursus gedurende de lessen zeker onder de knie krijgen. Deze garantie blijkt gegrond te zijn gezien de reacties van Michel’s cursisten. De evaluatie van elke computercursus die door Michel werd gegeven, was dan ook zeer positief.
Over de computerlessen met het IVC vertelt Michel dat dit heel anders is dan de andere computercursussen. Michel moet tijdens die lessen bij de uitleg veel nauwkeuriger zijn woorden kiezen. Taal- en cultuurverschillen vereisen vaker een aanschouwelijke manier van lesgeven. Dit vindt plaats door middel van de beamer. De beamer is echt een uitkomst.Hiermee maakt hij ook de andere computercursussen beeldender en beter te begrijpen.
Michel vindt zelf de Internetcursus de leukste van de drie. Het is namelijk een speelse les waarin je behoorlijk kan uitweiden. Er hoeft niet zo strak volgens het boek gewerkt te worden. Internetten doe je ook vaker voor je plezier. Het beheersen van ‘Word’ moet je gewoon aan de hand van een methode leren.Om de cursussen leuk en levendig te houden probeert Michel, iedere keer weer, de uitleg van de stof te variëren.
Dus wilt u ook ‘Word’ leren beheersen, of leren internetten? Schrijf u dan gerust in voor één of meer van deze cursussen. Komend seizoen worden ze weer gegeven. Vele mensen zijn u al voorgegaan in het volgen van een cursus bij Michel.


Bezoeking

Een van de televisieprogramma’s die ik uit gezondheidsoverwegingen probeer te ontlopen, is het patjepeeërs-magazine “Business Class”. Het is een gevaarlijke strik als je al zappend op zondagavond probeert het weekend nog wat te rekken. Laatst was er een gast in het programma die iets predikte dat zo in “Les Misérables” kan staan: “De onderklasse(!) zou niet zo gepamperd moeten worden, je bereikt meer (!) door ze een schop onder hun hol te geven!” Deze ontroerende zienswijze had de spreker gevonden bij iemand die zijn opvattingen had verkregen door zijn werk in het Engelse gevangenisleven. Voor de volledigheid: hij verkeerde daarbij jammer genoeg vóór en niet áchter de tralies. Iemands zienswijze zou wel eens iets te maken kunnen hebben met de plaats vanwaar hij kijkt. De “krijtstreep met zijden strop”-zienswijze is inmiddels ver doorgedrongen. Op de burelen van Unitas Werklozencentrum loopt het steeds meer storm met “onderklassers” die zoveel schoppen onder hun hol krijgen, dat je je kan afvragen of je het woord “uitkering” niet moet vervangen door de woorden: “sanctie” of “boete”, of gewoon door “bezoeking”. Mijn oma kreeg huisbezoek en aan haar werd, door de bevinding van de bezoekende ambtenaar, een sanctie opgelegd. De bevinding bestond uit het feit dat er nog suiker in het potje in de keuken zat. De sanctie was: een week geen steunuitkering. Het verhaal over mijn oma speelde zich ruim 75 jaar geleden af. Steeds meer hulpvragen leveren een déjà vu op dat doet denken aan de barre tijden van weleer. Het gaat niet meer om suiker in de pot. Gebruikt men wel genoeg water? Je zou immers zomaar stiekem ergens anders kunnen (samen-) wonen. Behalve genoeg water, moet men dus ook voldoende stroom verbruiken etc.. Bezuinigen doe je maar als je geen uitkering meer hebt! Door de koppeling van gegevens zijn er mogelijkheden te over om iemands “privé” te besnuffelen. Behalve de ellende die maakt dat men een uitkering moet aanvragen, staat men dus ook praktisch te boek als potentiële fraudeur. Voor huiszoeking of andere snuffelverworvenheden is geen aanleiding nodig. Het is standaardbeleid. Het vermoeden dringt zich op dat dit beleid niet alleen wordt ingegeven door de plek vanwaar de beleidsmaker de kwestie beziet. De geperverteerde ijver waarmee wordt gecriminaliseerd, getuigt van zelfkennis. In krijtstreepland pakt men de zaakjes immers ruimer aan. Het frauderen met overheidsgeld door bouwondernemingen die onderlinge prijsafspraken hadden, bleek een regel te zijn. De daders zijn niet met hun meubeltjes op straat gezet. Als dhr. Wolfowitz de zijnen op perverse wijze bevoordeelt vanuit zijn positie van baas van de Wereldbank, dan heeft dat heel andere gevolgen dan wanneer U vergeet iets op te geven aan de gemeente. In het ergste geval krijgt Wolfowitz een andere overbetaalde baan en staat U zonder inkomen op straat. In afwachting van menselijkheid kunt U bij ons terecht, wij schoppen desnoods omhoog!

Françoys